Roger This

Blikken in de wereld van een fantastisch verteller

Geen categorie

Gips

Een wijs man leerde mij ooit: ‘Voor twee soorten mensen moet je uitkijken in het leven: kunstenaars en tovenaars. Beide zijn meestal gek, maar sommigen zijn krankzinnig. De één kan de meest onalledaagse, bizarre, en verwonderlijke dingen uit het niets laten ontstaan. De ander bestudeert magie, dus daar wil je per definitie geen ruzie mee.’

 

Daar mijmerde ik over toen ik door het stadscentrum liep, in de hoop een goed idee te krijgen voor mijn nieuwe boek. Ik woonde hier nu al een paar maanden, maar was nog niet zo vaak buiten mijn eigen wijk geweest. Alles wat ik nodig heb is in de nabije omgeving van mijn woning, en ik ben niet het type dat plezier beleeft aan winkelen.

   Toch was ik op deze grijze dag een wandeling gaan maken, in de hoop mijn verstofte gedachten weer op gang te brengen. Geheel in gedachten verzonken slenterde ik kriskras door de hoofdstraat van het oude centrum. Ik had meer aan de kleine straten en oude steegjes die op de winkelstraat uitkwamen – van staren naar met neonreclame verlichte etalages is nooit een mens gelukkiger geworden.

 

Ineens stond ik stil, midden in een kleine straat, net om een hoek. Iets had mijn aandacht getrokken, waar ik kon er geen vinger op leggen. In de verte hoorde ik gerommel, hoog in de lucht. Grote koude druppels kletterden op mijn hoofd, en uit reflex trok ik mijn schouders op. Waarom had deze jas ook weer geen capuchon?

 

Snel liep ik naar het dichtstbijzijnde afdakje, wat bleek te horen bij de ingang van een pand dat werd gehuurd door diverse kunstenaars. Althans, als ik de namen en titels op de bordjes bij de deurbel moest geloven. Toen er plotseling geluid uit de intercom klonk, schrok ik zo hard dat ik bijna uitgleed op de versleten tegels bij de entree.

 

   ‘Je mag anders binnen wel even schuilen,’ zei een vriendelijke vrouwenstem, die ik voorbij middelbare leeftijd inschatte.

   Er klonk een zoemtoon, waarna de deur open klikte. Ik glipte naar binnen en sloot de deur achter me. Het was schemerdonker binnen, maar uit één van de deuren in de gang kwam licht.

   ‘Kom maar binnen!’ riep de vrouw.

   Even twijfelde ik, maar al snel besloot ik dat het raar zou zijn om in de gang te blijven staan, nog los van het feit dat de gang zelden de meest inspirerende locatie in een gebouw is. Met ferme passen liep ik naar het atelier. Ik sloot de deur achter me, alsof het in de gang nog zou regenen. Naast de deur hingen een paar haken, waar een lange vilten jas aan hing. Ik trok die van mij uit en hing hem ernaast.

 

De vrouw bleek precies zoals ik me had voorgesteld, maar tegelijkertijd nog excentrieker. Ze had grijs krullend haar tot op haar schouders, droeg een net iets te grote bril met een felgekleurd plastic montuur, en ze was gekleed in een jurk die al zeker dertig jaar uit de mode was. Daar overheen droeg ze een schort dat onder de witte vegen en vlekken zat, alsof ze haar plafond aan het schilderen was, maar daar buitengewoon onbegaafd in was. Het is dat dit haar atelier was, anders had ze waarschijnlijk een zwerm katten om zich heen hangen.

   Toen ik rondkeek door haar atelier, zag ik diverse witte standbeelden staan. Het viel me op dat het allemaal beelden van vrouwen waren, de één nog sierlijker dan de ander. Vooral de hoeveelheid detail fascineerde me. Deze dame moest net zo bekwaam als excentriek zijn.

 

   ‘Vind je ze mooi?’ vroeg ze, alsof ze mijn gedachten kon lezen. ‘Ik heb ze zelf gemaakt, uit gips.’

   ‘Gips?’ dacht ik hardop. ‘Is dat niet enorm lastig?’

   ‘Ach welnee. Een goed model vinden is veel moeilijker.’

   ‘Nee, ik bedoel beeldhouwen in gips. Dat is toch niet te doen? Dat sla je toch vooral aan puin?’

   De dame schaterlachte. ‘Wie heeft het hier over slaan?’

   Ik kon een grimas niet onderdrukken. ‘Help me even? Hoe maak je die beelden dan? Een afgietsel lijkt me moeilijk op dit formaat.’

   ‘Als je het juiste gereedschap hebt is er een boel mogelijk hoor. Zal ik je een demonstratie geven?’

Ik haalde mijn schouders op. ‘Waarom ook niet? Het regent voorlopig nog, dus ik ben hier nog wel even.’

   ‘Die kans is groot, ja,’ zei ze geheimzinnig. Ze wees naar een ronde schijf op de vloer, die ongeveer dertig centimeter hoog was.

   ‘Zou je op het podium willen gaan staan? Neem elke pose aan die je wilt, zolang je maar stilstaat, dan bereid ik mijn gereedschap voor.’

   Ik liep naar de schijf en stapte erop. Na een aantal poses te hebben geprobeerd, vond ik er één waarvan ik hoopte dat het een sprekend beeld zou opleveren, zonder dat het zwaar zou worden om de pose lang vast te houden. Toen ik opkeek naar de dame, zag ik dat ze een mortier en een vijzel tevoorschijn had gehaald. In de mortier lagen diverse groene bladeren, en iets wat er in eerste instantie uit zag als twee glazen kralen. Ze zette de mortier neer op een werktafel.

   Eenmaal dichterbij ontdekte ik dat het twee versteende ogen waren, van ongeveer een centimeter doorsnee. De dame opende een donkere glazen pot en haalde er een slak uit.

   ‘Zo, bijna klaar,’ zei ze, voornamelijk tegen zichzelf.

   ‘Waar is dat allemaal voor?’ vroeg ik. ‘Je gaat toch een standbeeld van me maken?’

   ‘Ga ik ook,’ zei ze onverstoord, terwijl ze de slak in de mortier neerzette.

   Ze pakte de vijzel op en roerde er een aantal keer mee. Wat begon met een scherp krakend geluid, eindigde met iets wat leek op een stamper in een pan met stamppot.

   ‘Was dat nou nodig?’, dacht ik. Voordat ik het haar kon vragen, streek de dame met haar vingertoppen door… wat er dan zich ook in de mortier bevond.

   ‘Skamenuvanje!’ riep ze, terwijl ze haar besmeurde hand met gespreide vingers naar mij uitstrekte.

 

De tijd leek stil te staan. Sterker nog: ik leek stil te staan. Nog sterker: ik stond daadwerkelijk stil. Uit alle macht probeerde ik mij te bewegen, maar mijn lichaam stond als versteend op het kleine podium. Zelfs knipperen ging niet. Terwijl ik worstelde met mijn ongehoorzame lichaam, kwam de dame langzaam naar me toe gelopen. Vlak voor mij hield ze stil, met een emmer gips in haar handen.

   ‘Ik zei toch dat ik een standbeeld van je zou maken?’

Geef een reactie

Thema door Anders Norén